Informatie voor patiënten en andere geïnteresseerden

Colonoscopie

Wat is een colonoscopie?   

Een colonoscopie is een darmonderzoek waarbij de MDL-arts de binnenkant van de dikke darm onderzoekt met een flexibel slangetje, de coloscoop. De coloscoop is bestuurbaar en heeft een lampje en videochip. Ook kunnen er instrumentjes door de coloscoop naar binnen worden gebracht waardoor allerlei ingrepen en kleine operaties kunnen worden gedaan. Het woord coloscoop is afgeleid uit het oude Grieks en betekent letterlijk: een "kijker voor de binnenkant van de dikke darm".

Afbeelding 1: coloscopie.

Hoe verloopt dit onderzoek?

Via de anus brengt de arts de coloscoop in de endeldarm. Vervolgens voert de arts de coloscoop steeds verder naar binnen, totdat hij uitkomt bij het verste punt. Het verste punt kenmerkt zich doordat hier de de dikke darm ophoudt (dit deel heet de blinde darm) en de dunne darm uitkomt in de dikke darm. De dikke darm is het belangrijkste stuk darm om te onderzoeken omdat hier poliepen en kwaadaardigheden voorkomen. In de dunne darm komt dat eigenlijk niet voor. De dikke darm is circa 80-90 cm lang, de dunne darm circa 3 meter.

De arts kan de coloscoop besturen. Om de darmwand zichtbaar te maken, blaast de arts steeds kleine beetjes koolzuurgas of lucht  in de darmen. Bij het passeren van moeilijke bochten ontstaat spanning op de darm, dit is gevoelig en kan soms echt pijnlijk zijn. Dit soort ingewikkelde bochten worden tijdens het onderzoek recht gelegd, waarna de pijn weer over is.

Het naar binnen opvoeren tot aan het verste punt is het vervelendste deel van het onderzoek. Als het verste punt is bereikt begint het terugtrekken van de slang. Dit is niet pijnlijk meer omdat dan alle spanning van de darm af is.

Aan de binnenkant ziet de darm er uit als een buis vol ribbels en bochten. Tijdens het terugtrekken van de coloscoop controleert de arts de binnenbekleding van de darmwand nauwkeurig. Hierom wordt er bij het terugtrekken meer koolzuurgas of lucht ingeblazen. Op deze manier kunnen alle plooien zo goed mogelijk beoordeeld worden zodat er zo min mogelijk afwijkingen worden gemist. Dit kan wel weer spanning en soms kramp geven. Gelukkig wordt koolzuurgas snel opgenomen door de wand van de darm en uitgeademd. Voor ingeblazen lucht is de enige oplossing een (schone) wind laten. Alle gevonden poliepen worden meteen verwijderd indien dit mogelijk is. Als er vele poliepen zijn kan het terugtrekken lang duren, maar minimaal duurt dit 6 minuten (kwaliteitseis).

Afbeelding1: Een voorbeeld van een heel klein poliepen verborgen achter een richel (links onder). Men kan zich voorstellen dat zo'n klein poliepje gemist kan worden als er niet heel goed wordt gezocht en de darm niet netjes is opgeblazen.

In een paar procent van de onderzoeken lukt het niet met de colonoscoop het verste punt van de dikke darm te bereiken. Reden hiervoor kan zijn dat er bijvoorbeeld een vernauwing zit waar de scoop niet langs kan, of er ontstaat een niet recht te leggen kronkel in de darm waardoor de scoop niet verder kan.

Tijdens het onderzoek kan het nodig zijn dat de patiënt een andere houding aanneemt, bijvoorbeeld op de rug of rechter zijde. Ook kan het zijn dat er op een plek in de buik wordt geduwd om de darm te ondersteunen bij het passeren van een moeilijke bocht, zodat er niet teveel rek op ontstaat.
Het opvoeren van de scoop to het verste punt in de dikke darm duurt gemiddeld 5 tot 10 minuten. Deze tijdsduur is onder andere afhankelijk van de lengte van de dikke darm en de scherpte van de bochten in de darm. Het opvoeren is het vervelendste deel van het onderzoek.
 
Verwijdering poliepen   
Afhankelijk van wat de arts ziet, kan er bij het onderzoek uitgebreid worden met ingrepen. Meestvoorkomend is het verwijderen van een poliep. Dit gebeurt door een lus van metaaldraad als een lasso om de poliep heen te leggen. Een elektrisch stroompje dat op het metaaldraad wordt gezet, snijdt de poliep af. DIt is alleen bij grote poliepen nodig. De verwijderde poliepen worden na afloop van de behandeling nauwkeurig onderzocht in het laboratorium. Het verwijderen van poliepen is in het algemeen een veilige behandeling en doet geen pijn.

Afbeelding 2: poliepverwijdering

              

 
Wanneer de arts tijdens de colonoscopie iets onbekends of afwijkends signaleert of wanneer hij het slijmvlies op ontsteking wil nakijken, neemt de arts een hapjes, stukjes weefsel weg. Nader microscopisch onderzoek van het weefsel in het laboratorium zal moeten uitwijzen wat het onbekende of afwijkende is. Het nemen van biopten is niet pijnlijk, en veroorzaakt minimaal  bloedverlies.

Voorbereiding   
Een succesvolle colonoscopie kan niet plaatsvinden wanneer de dikke darm nog ontlasting bevat. Voor een kwalitatief goed en betrouwbaar onderzoek is het nodig dat de darm schoon is. Dit vergt voorbereiding, en dit onderdeel wordt door de patiënten over het algemeen als tamelijk belastend ervaren. 

De voorbereiding varieert van ziekenhuis tot ziekenhuis maar de grote lijn is dat deze minimaal de dag tevoren begint. Men mag nog ontbijten maar de lunch moet beperkt blijven tot iets kleins. Tevens start men daarna met het drinken van een neutrale laxeervloeistof die de darm schoonspoelt.

Voor de details van de voorbereiding verwijzen we u naar de informatie uit uw ziekenhuis.

Omdat een colonoscopie over het algemeen als onplezierig en soms als pijnlijk wordt ervaren, krijgt de patiënt van tevoren een roesje toegediend. Het doel van het roesje is dan ook dat het onderzoek goed te verdragen is. Het is dus niet altijd zo dat patiënten diep in slaap raken door het roesje. Sommigen patiënten ondergaan een coloscopie zonder roesje. Het roesje bestaat uit een pijnstiller en een slaapmiddel. Hiervoor krijgt de patiënt een infuusnaaldje in de arm. Door middel van een knijper op de vinger of het oor van de patiënt controleert het team gedurende het hele onderzoek de hartslag en ademhaling. Na afloop van het onderzoek moet de patiënt nog 1 á 2 uur uitslapen. De dag van het onderzoek is deelname aan het verkeer uit den boze. Het is daarom noodzakelijk iemand ter begeleiding mee te nemen. Een paar procent procent van de patiënten heeft slechte ervaringen, zelfs met een roesje en wil het onderzoek alleen met een echt narcosemiddel ondergaan, iets wat in overleg met de arts besproken kan worden

Medicatie   
Het gebruik van medicijnen moet de patiënt altijd van tevoren bij de behandelend arts melden. Met name medicijnen die de bloedstolling beïnvloeden zijn belangrijk. Afhankelijk van de reden van de coloscopie en de reden van het gebruik van bloedverdunners zal de arts met u bespreken of het verstandig is om de bloedverdunners wel of niet te stoppen. In het algemeen geldt dat dat niet hoeft als er alleen maar biopten worden genomen, zoals bij dit onderzoek het geval is. Dit moet wel worden overlegd met uw arts.
Ook het gebruik van ijzertabletten wordt afgeraden. IJzertabletten kleuren de ontlasting namelijk zwart en veroorzaken een moeilijk te verwijderen zwarte aanslag op het slijmvlies waardoor de beoordeling moeilijk is.

Mogelijke risico’s en complicaties   
Hoewel een colonoscopie over het algemeen een veilig onderzoek is, kunnen er in een enkel geval complicaties optreden. Gemiddeld treedt er per 1000 onderzoeken 2 keer een serieuze complicatie op. Wat soms kan gebeuren, is dat er tijdens het onderzoek een scheurtje of gaatje in de darmwand optreedt. Dit heet perforatie. Wanneer de darm tijdens het onderzoek ernstig ontstoken is, of wanneer er veel uitstulpingen in de darm zitten, is de kans op perforatie groter. Ook wanneer er tijdens het onderzoek een verwijdering van een grote poliep moet worden uitgevoerd, neemt de kans op perforatie toe. Klachten die bij perforatie optreden zijn buikpijn en in een later stadium koorts. In dat geval is minimaal een opname en soms ook een operatie noodzakelijk.

Bij het verwijderen van poliepen bestaat een kleine kans op een bloeding. Als dat direct gebeurt kan de arts een klein clipje plaatsen of het bloedvaatje dichtbranden. Soms treeft een bloeding pas later op. Een bloeding kan vanaf het moment van de behandeling tot 3 weken na de behandeling optreden. Bloedingen stoppen in het algemeen vanzelf maar indien nodig kunnen ze vrijwel altijd succesvol behandeld worden.

Wanneer een patiënt een roesje krijgt, neemt de kans op ademhalingsproblemen of stoornissen in de hartfunctie toe. Dit wordt ondervangen doordat het team continu de harslag en de ademhaling bewaakt. Zo nodig kan het roesje ongedaan worden gemaakt met medicijnen die de patiënt juist weer wakker maken.
 
Nazorg en uitslag   
De patiënt krijgt  direct na ontwaken de uitslag,.De uitslag van eventueel weefselonderzoek is uiteraard niet direct beschikbaar. Omdat de patiënt nog suf is van de verdoving, bestaat de kans dat hij zich de uitslag achteraf niet goed meer herinnert. Ook om deze reden is het raadzaam iemand ter begeleiding mee te nemen.
Wanneer de patiënt na thuiskomst klachten als toenemende buikpijn en of koorts krijgt, moet direct contact worden opgenomen met de arts die het onderzoek verricht heeft. Een klein beetje bloedverlies na afloop is normaal, zeker wanneer er stukjes weefsel zijn weggenomen. Wanneer de patiënt grotere hoeveelheden bloed verliest, moet ook direct contact met de arts opgenomen worden. Buiten kantooruren kan men contact opnemen met de dienstdoende maag-darm-leverarts.